Iedere dag het nieuws dat echte mannen interesseert

Misdaadklassieker: Jeugdbendes in Amsterdam

Beeld van de late jaren zeventig: een verhaal over de 'verloren jeugd' in de hoofdstad.

https://cdn.pijper.io/core/panorama-fallback2.png

Voor de misdaadklassieker vandaag keren we terug naar de late jaren zeventig. Verslaggever Fred Krijnen. Foto's Ted Dobson.

In Amsterdam werd een Turk door een groep lollige jongelui in een gracht gegooid. Hij verdronk. De politie stelt een onderzoek in. Amsterdam wordt geplaagd door jeugd-bendes. Bijna elke buurt heeft er een. Ze bestaan uit jongelui die zich kapot vervelen en hun kicks niet halen uit sex of drugs, maar uit wat zij noemen Sensatie: de politie pesten, passanten treiteren, supermarkten bestelen, brommers

jatten of een andere bende lens slaan.

Voorlopig op zaterdag gesloten. Bij onraad s.v.p. tel: 232133 waarschuwen, zo luidt een mededeling op de deur van het buurtcentrum Kwak in Osdorp. Een groep jongelui hangt verveeld bij de hermetisch afgegrendelde houten keet rond. Dan verschijnt er een politiewagen. Eenstemmig begint het twintigtal tieners te joelen en klootzakken te roepen. De agenten kijken sceptisch en geven plankgas, wanneer de groep al te opdringerig wordt.

“Ziet u wel! Ze zijn bang voor ons,” roept een slungelige tiener vol trots. “De O.B. is de machtigste. Ze hebben het buurthuis hier al uit angst voor ons gesloten en de politie doet het ook in zijn broek.”

Op vele muren in Amsterdam en op wanden in trams en bussen wordt de macht van de O.B. echter tegengesproken. De K.B. is de machtigste valt er te lezen. Of: De M.B. is de sterkste. Geheimtaal voor niets vermoedende toeristen. Een dagelijks terugkerende nachtmerrie voor de politie en vele bewoners van oud-West en de westelijke tuinsteden.

Iedere buurt heeft daar tegenwoordig het twijfelachtige genoegen over een eigen jeugdbende te beschikken. In navolging van de inmiddels legendarische K.B. (Kinkerbuurt) worden deze bendes allemaal aangeduid met de eerste letter van het gebied dat bestreken wordt en de ’B’ van buurt. Zo opereren er onder andere de M.B. (Mercatorbuurt), de O.B. (Osdorpbuurt), door rivalen ook wel de Amira-boys genoemd, de H.B. (Hoofddorperbuurt) en de G.B., welke letters zowel voor de Geuzenveldbuurt als de Geuzenkadebuurt staan.

Om een einde te maken aan de laatste begripsverwarring en onduidelijkheid over hun motieven te voorkomen, heeft de jeugd van Geuzenveld zich inmiddels omgedoopt tot K.P.G. (Knokploeg Geuzenveld).

‘Vieze Hells Angels’

De 18-jarige Humphry Oornick is een van de jongens die aan de wieg hebben gestaan van de nieuwe knokploegrage. Hij was een van de oprichters van de inmiddels grotendeels door de politie ontmantelde K.B. Humphry woont nog bij zijn ouders in Slotervaart en zijn handjes schijnen erg los te zitten. De paniek van mijn tipgever, die snel spijt krijgt van zijn loslippigheid en een paar keer per dag opbelt om de verzekering te krijgen dat ik zijn achternaam niet bij Humphry zal noemen, doet tenminste het ergste vrezen.

De ontvangst in het saaie ouderlijk rijtjeshuis stelt gerust. “O, u bedoelt jeugdbendes,” zegt moeder Oornick die opendoet. “Dat zal hij leuk vinden. Komt u binnen. Ik verwacht hem ieder moment.”

Vader Oornick is een andere mening toegedaan. Hij zegt: “Het is toch niets bijzonders, zo’n jeugdbende. Ik vind het natuurlijk wel ontzettend goed dat ze die vieze Hells Angels eens flink het ziekenhuis in hebben geslagen, maar voor de rest? Ach, die jongens moeten toch wat te doen hebben. Ik weet niet of u het verkeerd vindt wat mijn zoon gedaan heeft, maar u kunt in ieder geval zien dat het niet aan zijn ouderlijk nest ligt. De jongens zijn hier altijd welkom. We sturen ze echt de straat niet op.” De met veel frutsels opgesmukte huiskamer zit inderdaad vol met een tiental jongelui. De kleuren-televisie vormt het spetterende middelpunt van het gezelschap.

Humphry suggereert na zijn binnenkomst aanvankelijk nauwelijks in het onderwerp geïnteresseerd te zijn, maar verliest deze pose al snel. Vol branie begint hij de heldendaden van de K.B. te vertellen. “Het is allemaal vorig voorjaar hier in de buurt bij het Sluisje begonnen. We hingen daar iedere avond met onze brommers rond en kregen al gauw zo’n 150 man aanhang.”

Hij kijkt even onzeker, zegt dan met een verontschuldigende glimlach: “Nou ja, het ging om de sensatie, hè. Een beetje knokken en zo. Je moet toch wat doen. Het gros van ons was werkloos of studeerde daar nog voor.”

Dat knokken gebeurde voor het eerst in de Kinkerbuurt en leverde behalve de sensatie ook de nodige gewonde tegenstanders op. Als herinnering aan deze succesvolle vuurdoop koos de groep voor de letters K.B. als groepsaanduiding.

De schuld van Den Uyl

Iedereen die het waagde om deze afschrikwekkende letters op zijn helm te dragen, maar niet echt tot de groep behoorde, werd onverbiddelijk in elkaar geslagen. De twijfelachtige roem van de K.B. verspreidde zich zo snel dat zij zich al snel met de Hells Angels zagen geconfronteerd. Deze waren bang om hun reputatie van de machtigste bende van Amsterdam kwijt te raken en besloten de K.B. in hun clubhuis in de Bellamystraat een afstraffing te geven. Humphry glundert bij de herinnering aan de bloedige confrontatie tussen de beide bendes. “Die bolle Angel stak nog om zich heen, toen hij de ziekenauto al werd binnengebracht.” Zijn vrienden luisteren met onverholen adoratie toe. “Ze waren met een man of dertig en droegen kettingen en messen, maar we hebben ze volkomen in elkaar geslagen. Dat was nog nooit eerder vertoond. Iedereen is bang voor de Hells Angels, zelfs de politie.”

“Ja hoor, dat ging allemaal met blote handen. Nou ja, af en toe gebruikten we wel een stukje ijzer of zo. Maar we waren geen vuile vechters zoals de Angels en de O.B.”

Moeder Oornick luistert meewarig glimlachend naar de ferme taal van haar zoon. Ze zegt: “Het is de leeftijd, hè. De meeste jongens van de K.B. hebben nu verkering. Humphry gelukkig ook. Dan hebben ze geen tijd meer voor dit soort dingen.”

“Bovendien zijn we verraden,” vult Humphry haar grimmig aan. “Het lullige is dat het nog allemaal een misverstand was ook waardoor de politie een groot deel van onze bende heeft kunnen oprollen. Op de kermis kwamen we een stel gasten van de O.B. tegen. We zeiden dat we die zooi eens flink in elkaar zouden trappen. Oké, zeiden ze, dan moeten jullie maar naar de Aker komen. Daar zitten we. Jammer genoeg verstonden we het Anker, een clubhuis hier in de buurt. We hebben die tent toen helemaal met de grond gelijk gemaakt.”

Er valt even een geladen stilte in de huiskamer. Geen wonder, want Humphry heeft voor deze vergissing een maand moeten zitten. De rechter hield geen rekening met de omstandigheid, dat er, terwijl Humphry en zijn kornuiten die zaterdagavond 15 april 1976 het clubhuis met molotovcocktails bestookten, geen enkele O.B.’er in het clubhuis zat.

“Het is allemaal de schuld van Den Uyl,” zegt zijn moeder over het feit dat hij nu een strafregister heeft. “Humphry was als veel K.B.’ers werkloos en die jongens krijgen dan een veel te hoge uitkering, zodat ze geen zin meer hebben om werk te zoeken. Nu hij dus verkering heeft, werkt hij weer via een uitzend-bureau. Hij gaat niet veel meer met de overgebleven K.B.’ers om.”

@backlink(104575)

De geïnteresseerdheid waarmee Humphry plotseling het televisieprogramma bekijkt, doet vermoeden dat hij toch niet onverdeeld gelukkig is met zijn nieuwe geborgen bestaan. “Het stelt nu allemaal niet veel meer voor,” verzucht hij bij het afscheid. “Iedere buurt heeft nu zijn eigen bende, maar het zijn allemaal pubers. De harde kern van de K.B. is opgerold. De stuk of vijftig die zijn overgebleven, knokken nog maar sporadisch en doen voor de rest niets anders dan agenten pesten en overal letters K.B. op kladderen. Alleen de M.B. is echt een machtige bende.”

Al is de Mof nog zo snel

“Als het een smeris is, pakken we hem,” stelt een bol figuur zonder meer vast wanneer ik op een miezerige donderdagavond op een speelplaats achter het Mercatorplein mijn opwachting maak bij de M.B. Gelukkig blijkt mijn perskaart in dit milieu wonderen te doen.

Het veertigtal jongelui van zo tussen de 14 en 20 jaar, met een paar uitschieters naar boven, dringt gretig om me heen. Zo’n kwart bestaat uit in uitdagend leer gestoken Lolita’s, die me verbaasd doen afvragen waarom deze jongens in godsnaam niets beters weten te bedenken dan het rondhangen op een pleintje.

Ik blijk er nog niet veel van te begrijpen. “We krijgen geen kick van sex, drugs of andere rotzooi. Maar wel van stelen, knokken en smerissen pesten,” legt een gebrild type uit. Hij wordt vanwege zijn uiterlijk en welbespraaktheid de professor genoemd. De kop voor het artikel heeft hij ook al gereed: “Zet er maar boven: Al is de Mof nog zo snel, de MB. achterhaalt hem wel. Dat moet je wel opschrijven hoor,” beveelt hij. 

“Dat met die Mof is heel eenvoudig,” zegt een 14-jarig knaapje, terwijl hij trots een flinke betonschaar laat zien. “We hebben deze scharen in zeven maten. Er is absoluut geen enkele brommer veilig voor ons. We jatten vooral Kreidlers en Zündapps. Duitse brommers, moffen dus. We halen moffen in heel Nederland.”

“Niet over Assen vertellen,” waarschuwt een robuuste verschijning, die zojuist in een Mercedes is gearriveerd. Er volgt een kort spoedoverleg over de vraag of ik mag noteren dat de M.B. tijdens de laatste TT tien moffen gestolen heeft. Vier van de heren werden namelijk gearresteerd, maar ze hebben niet bekend. 

“En laat hem ook maar schrijven over onze inbraak bij Van Veen de Kreidler-importeur. Prachtig was dat. Daar hebben we even 27 spiksplinternieuwe moffen weggehaald. Helaas zijn we daar wel voor gepakt, maar ja, we hebben toch allemaal al een strafregister, dus wat zou het.”

De moffen die door de M.B. worden gestolen, zijn in Amsterdam al voor zo’n 500 gulden te koop. Voor dat geld loopt de nieuwe eigenaar natuurlijk wel het risico om voor heling te worden gepakt. Het is daarom misschien verstandiger om voor zo’n 1500 gulden een geheel uit nieuwe onderdelen opgebouwde bromfiets van de heren te kopen. Gaat ook meteen wat harder, want deze modellen worden van een groter cilinderblok voorzien.

“Kan je  mee lachen. Die stomme smerissen kunnen ons op onze 100cc-blokkies, waarmee we wel 110 scheuren, geen eens inhalen. Zwaaien we even naar zo’n stomme motorsmeris. Hij er achteraan. Wij allang pleite...”

Tijd om te knokken

Jaarlijks worden er door de M.B. (eigen opgave) zo’n zeventig brommers met een gemiddelde waarde van 2000 gulden gestolen. Blijft er met die florerende handel nog tijd om te knokken over?

“Ja, tijd wel, maar er valt alleen niets meer te knokken. Iedereen is bang voor ons. Een paar maanden geleden hadden we nog een leuke matpartij. Een van onze jongens was door leden van de A.B. (Amstelveenbuurt) in een snackbar in Amstelveen in elkaar geslagen. Zijn we er even met een mannetje of veertig naar toe gegaan. Pang, alle ruiten aan diggelen. Met de brommers de zaak in en die hele bende even kort en klein geslagen. Was mooi joh.”

Trots verdringen de jongelui zich om me heen. Niets mag onvermeld blijven. De meisjes houden wat meer afstand, maar proberen deze met het werpen van wulpse blikken te overbruggen. 

Het lijkt onderhand tijd geworden om de roes te doorbreken waarin de M.B.’ers verkeren. Het cynisch noemen van het woord politie blijkt geen passend middel te zijn. “Politie?” Er breekt gelach uit. “Die durven hier geen eens meer te komen als we met een grote groep zijn,” wordt me verzekerd.

“Zet er ook maar bij dat we die R. van R. zullen pakken als we hem hier nog één keer zien. Ja ziet u, die jongen probeert bij ons te infiltreren. We zijn erachter gekomen dat hij een stille is. Hij zat eerst bij de narcoticabrigade en is nu overgeplaatst naar jeugdzaken. Als we hem te pakken krijgen, zwaait er wat. Slappelingen zijn het, al die agentjes. Thuis durven ze ons wel te arresteren. Of met zijn vijven twee van onze jongen in elkaar te rammen. Maar tegen ons als groep durven ze niks te beginnen.”

“Ik heb inderdaad de indruk dat de politie aarzelt om tegen grotere zaken op te treden,” zegt ook cultureel werker Nick van de Riet, jeugdleider in het buurtcentrum van Geuzenveld. In een kale betonnen ruimte houdt hij zich bezig met de vorming van de Geuzenveldse jeugd, die zich heeft verenigd onder de noemer K.P.G. (Knokploeg Geuzenveld).

Ook hier werkt het noemen van het woord politie als een rode lap op de welbekende stier. “Ze zijn goed bang voor ons, die slappelingen,” roept een 14-jarige lts-scholier.  

De jeugdleider schudt meewarig zijn hoofd bij het aanhoren van deze dappere taal.  “Maar het is geen blufpoker,” zegt hij aarzelend. “Het begint onderhand behoorlijk de spuigaten uit te lopen met al die jeugdbendes. Ik schroom er ook niet meer voor om zelf de politie te waarschuwen als ze weer een de boel hebben vernield.”

“Lust u een gestolen kauwgummetje, meneer?” vraagt een Surinaams meisje van een jaar of 13. Ik kijk haar vragend aan. “Ja ziet u, die chef hiernaast bij de Albert Heijn is als de dood voor ons. Als we met een groep zijn, kunnen we ongestoord jatten. En dat doen we dan ook! Vechten is er niet meer zo bij. Kijk, iedereen is gewoon bang voor ons. Er durft hier niemand meer te komen.”

Puur om de sensatie

Dat bleek toen het buurtcentrum in juni een bijeenkomst belegde voor de bewoners van de flat er tegenover. Hoewel het uit de flat, waar zo’n honderd gezinnen wonen, iedere avond klachten regent, durfden maar vijftien bewoners de ontmoeting met de K.P.G. aan. Het werd een vreedzame bijeenkomst met als eindresultaat een commissie, die de mogelijkheid van een jeugdhuis ergens ver weg in het park gaat bestuderen.

“Dat is tenminste iets,” verzucht Nick van de Riet. “Ik sta hier voor de rest met min rug tegen de muur. In je eentje met zo’n zeventig van die apen werken, is natuurlijk een onmogelijke zaak. Het is dieptreurig dat er juist in deze tijd door het ministerie op het buurthuiswerk bezuinigd wordt. Met een paar beroepskrachten erbij zou het misschien mogelijk zijn om de agressie van deze gedesillusioneerde jeugd in goede banen te leiden.”

“Sensatie hé. We doen het puur om de sensatie,” valt een 15-jarige mavo-scholier hem in de rede. “Wat moet je anders doen in deze saaie rotbuurt dan de boel eens flink te slopen en stevig te knokken. Door studie een toekomst opbouwen. Het zal me wat. Wij worden toch allemaal werkloos. Van onze jongens die nu al van school af zijn, is de helft werkloos. Zal ik me daar een beetje druk maken over studeren. Kom nou.”

“Dat is nou precies het punt,” zegt de jeugdleider. “Het is voor deze jongens en meisjes steeds moeilijker om werk te krijgen. Ook de scholieren worden daardoor al bij voorbaat ontmoedigd. Hun prestaties op school zijn slecht en ze voelen zich geïsoleerd. Om toch ergens bij te horen en mee te tellen, stichten ze al die bendes. Binnen zo’n groep kunnen door hun daden respect afdwingen. De buitenwereld neemt ze ook eindelijk serieus. Al is dat dan op een negatieve manier.”

Een langzaam voorbijrijdende politiewagen buiten schijnt deze stelling te onderstrepen. Rest de vraag: is de politie bang voor de jeugdbendes?

Hoofdinspecteur ter Haar begint hartelijk te lachen. Het bureau Lodewijk van Deysselstraat, waar hij de scepter zwaait, wordt het meest met de bendes geconfronteerd. 

“Eigenlijk stelt het allemaal niet zo gek veel voor, ook die M.B. niet,” zegt hij. “Het is waar dat die knapen ons soms op hun brommertjes te snel af zijn. Maar och, dan pakken we ze de volgende keer wel.”

Of de M.B. nou echt de machtigste is, kan de hoofdinspecteur niet onderstrepen. “Wat ik wel weet,” zegt hij “is dat er over die M.B. vreemd genoeg weinig klachten binnenkomen. We hebben wel gedonder met ze gehad toen ze diensten verstoorden in de kerk aan het pleintje waar ze altijd rondhangen. Toen we een tijdje voor politiebescherming tijdens de kerkdiensten zorgden, was dat snel afgelopen. Moeilijkheid met die M.B. is wel dat er bij dat pleintje veel vluchtwegen zijn. Het is voor ons erg moeilijk om ongemerkt te naderen!”

De jeugdwerkloosheid is volgens hoofdinspecteur ter Haar een van de belangrijkste oorzaken voor het ontstaan van de bendes. “Schandalig,” zegt hij, “dat er zo veel geld voor het internationale jeugdtoerisme is uitgetrokken. Dat geld komt tenslotte van de Amsterdamse bevolking en had aan de Amsterdamse jeugd moeten worden besteed. Er moeten veel meer jeugdhuizen komen. Die moeten ook overdag open zijn om de werkloze jeugd op te vangen. We hebben het gezien met die K.B. Daar was altijd ellende mee. Sinds die jongens een eigen clubhuis hebben, zijn er nauwelijks meer problemen met ze. Als het aan mij lag, zou er op iedere hoek  van de straat een jeugdhuis komen.”