Een agent spreekt in Amsterdam een 58-jarige invalide vrouw aan omdat haar hond een man zou hebben gebeten. De agent vindt dat het verhaal van de vrouw onsamenhangend overkomt en schakelt collega’s in. De vrouw wordt vervolgens boos omdat ze niet naar huis mag. Uit wanhoop geeft ze één van de agenten een klap. Ze verklaart daarop dat haar agressieve gedrag te maken heeft met het herseninfarct dat ze heeft gehad. Ze wordt naar de grond geworpen en zit naderhand onder de blauwe plekken.